Aktive en Passive Blazers
Onder de blokfluitisten zijn er 2 typen blazers
Type1 = Zij die AKTIEF, met ademenergie en KRACHT blazen.
Type2 = Zij die PASSIEF, ZONDER DRUK, de lucht in de fluit laten stromen.
Hierbij wordt de hoeveelheid lucht en de toonsterkte buiten beschouwing gelaten.
Type 1: De AKTIEVE, ENERGIEKE blazers zijn de UITADEMERS, zij ademen aktief uit maar passief in.
Type 2 :De PASSIEVE, ONTSPANNEN blazers zijn de INADEMERS, zij ademen passief uit maar aktief in.
Type1: Bij de UITADEMERS ligt de nadruk op de aktieve uitademing, waarbij de spieren van de flanken aktief samentrekken. Na een korte pauze volgt de reflexmatige inademing vanzelf. Na de inademing volgt gelijk weer de aktieve uitademing. De aktieve flanken-uitademing duurt ongeveer 3 maal zo lang als het passieve terug laten stromen van de lucht in de longen ( de inademing).
Type2: Bij de INADEMERS ligt de nadruk op de aktive uitademing waarbij zij de borstkast een beetje uitzetten en omhoog laten komen. Na een korte pauze volgt de reflexmatige passive uitademing. De aktieve inademing volgt gelijk nadat de lucht uit de longen gestroomd is. De inademing duurt ongeveer 3 maal zo lang als het laten wegstromen van de lucht ( de uitademing).
Nu is het voor mij als blokfluitbouwer interessant om voor de inademers en de uitademers de passende fluit te kunnen maken.
U kent wel het gevoel dat wanneer u een nieuwe blokfluit uitprobeert er iets volledig niet past bij uw manier van blazen. ( ongeacht de kwaliteit van het instrument)
Deze waarneming heeft veel te maken met de grootte van de blaasingang bovenaan het windkanaal en de vorm van de bek.
UITADEMERS preferen een kleinere blaasingang met meer blaasweerstand zodat ze met kracht kunnen uitademen. De lucht wordt bij de ingang van het windkanaal immers al tegen gehouden. Verder prefereren een dikkere bek omdat de lipspieren van de uitademers zacht en ontspannen zijn. Ze hoeven zich dan niet in te spannen de fluit in de mond tehouden
INADEMERS hebben baat bij een veel grotere blaasingang welke het mogelijk maakt dat de lucht meer als vanzelf en passief naar binnen stroomt. De lucht wordt dan gelijk bij de ingang van het windkanaal opgenomen. De bek zou dun moeten zijn, omdat de inademers met meer lippenspanning spelen en er het niet plezierig vinden hierbij een dik stuk “hout” in de mond te hebben.
Als dus een INADEMER op een fluit met een voor hem te nauwe blaasopening speelt zal de toon wat instabiel en niet zo vol klinken omdat hij zoveel spieren moet gebruiken die hij alleen met veel moeizame oefening en mentale arbeid beheersen kan.
Een UITADEMER heeft juist moeite met een fluit met een wijdere blaasingang. Hij “verliest” dan zijn adem en moet voor zijn gevoel te veel ademsteun gebruiken waardoor de toon onzeker, minder vol en vrij wordt en hij niet echt expressief doorblazen kan. Natuurlijk is het goed de beide technieken te kennen en het kan een uitvoering veel zeggingskracht geven als een speler met de beide energieën spelen kan. Als echter het basisprincipe klopt, dan wordt alles veel eenvoudiger. ( ja, ook bij topmusici!)
Ik ga van het principe uit dat het het interessantste en natuurlijkste klinkt als een speler op het voor hem meest passende windkanaal speelt zodat hij helemaal in zijn eigen “Type “ kan blijven. Een lichaamseigen blaastechniek gecombineerd met de juiste fluit kan daar aan bij dragen omdat een speler dan ontspannener is en daardoor dichter bij zijn ziel en zijn eigen uitdrukkingskracht kan komen. Voor klarinetten, trompetten, dwarsfluiten enz. is het reeds lang mogelijk je eigen aangepaste mondstuk te kiezen. In de toekomst zou zoiets voor blokfluiten ook mogelijk moeten zijn. Mollenhauer, Küng, Doris Kulossa en ik hebben zich hierin al gespecialiseerd. We bevinden ons nog een een pionierfase, maar het bestuderen van de verschillende de behoeften bij de in- en uitademers, geeft ons prachtige mogelijkheden nieuwe wegen in de blokfluitbouw te ontdekken!
Probeer echter heel kritisch uw eigen blaastechniek te beoordelen. Soms zijn er vele jaren van scholing door een leraar aan vooraf gegaan die een tegenovergestelde techniek ( meestal zijn eigen blaastechniek) aan u heeft proberen aan te leren. De meeste ademscholen zijn trouwens op de uitademers gericht. Tijdens mijn conservatoriumtijd werd b.v Quantz.heel hard uitgelachen om zijn ademtechniek waarbij hij propagandeerde de borstkas goed om hoog te houden bij het inademen. De “arme” man was gewoon een inademer!

Verder vallen bij de verschillende ademtypes de volgende eigenschappen op
|
Uitademers
Spelen statisch maar het instrument beweegt (zij “spelen” met de fluit)
Vingers graag schuin op de fluit, polsen naar binnen gericht.
Hameren meer met de vingerstopjes en sluiten de gaten aktief.
Spelen met losse lippen zonder bolle wangen
Ze zitten graag met de rug rechtop zodat ze de speiren van de flanken gut gebruiken kunnen.
Links is het dragende been en ze staan met het gewicht op de voorvoeten |
Inademers
Bewegen graag veel bij het spelen maar
het instument blijft statisch (zij bewegen om de fluit heen)
Vingers recht (90 graden) op de fluit, liefst met de platte vingertopjes over de gaten heen.
Onspannen vingeraanslag met aktieve opening en passieve sluiting van de gaten
Spelen met lipspanning en de wangen zijn bol
Ze zitten graag met de rug tegen de leuning zodat de borstkas zich tijdens het ademen goed kan uitzetten.
Rechts is het dragende been en ze staan met het gewicht op de hielen.
|
Hier onder nog wat voorbeelden waaraan u aan de lichaams-of handhouding kunt zien wie er een in-of uitademer is.
Virdung Uitademer Hotterere Inademer
Inademer
Uitademer Inademer
Anon.1750 The complete tutor for the FLUTE Wiegel 1722 Musicum Theatrum
Inademer Uitademer Uitademer
Uw eigen ademtype is het eenvoudigst vast te stellen aan de hand van twee fluiten van de zelfde soort met de windkanalen aangepast aan de verschillende blaastypes. Na 3 noten spelen weet men meestal welk type men is. Daar de meesten van u hoogstwaarschijnlijk deze keuzemogelijkheid niet hebben kunt u ook uw type opzoeken op de website van Dr Hagena www.terlusollogie.de Het spannende is namelijk dat de invloed van de hoeveelheid zonne- en maanenergie bij uw geboorte ( de allereerste in- of uitademing!) bepalend zijn voor het type ademer wat u uw hele leven zult zijn. Ik weet dat velen onder u hier heel sceptisch zullen zijn, maar als hele wereldzeeën op zon-en maanenergie reageren waarom zouden wij als mensen de arrogantie hebben te denken daar geen invloed van te ondergaan. De Droomfluiten bij Mollenhauer, verschillende fluiten bij Küng en Doris Kulossa en natuurlijk mijn eigen fluiten zijn verkrijgbaar met aangepaste windkanalen en eventueel vingergaten.
Adriana Breukink Juni 2007